Neos Kosmos

Het schrijven van een blog… Nooit gedacht dat ik daar nog eens mee zou beginnen. Maar toch doe ik het deze maand al 5 jaar. In juli 2015 begon ik ermee. Ik heb geprobeerd of ik de eerste nog kon vinden, maar helaas. Hij ging o.a. over Nana Mouskouri, waar ik toen naar luisterde in de aanloop van mijn vertrek naar Athene. Veel meer wist ik trouwens niet over Griekenland. Wat dat betreft was het wel een heel avontuur waar ik indook, een voor mij nieuwe wereld. Neos Kosmos in het Grieks, de naam van de wijk waar ik toentertijd neerstreek. En waar ik nog steeds met veel plezier woon. Ik schreef elke zondag, dus reken maar uit; 52 x 5 = 260 verhaaltjes over mijn belevenissen hier in deze miljoenenstad en soms ook vanuit Nederland of waar ik ook maar eens was. Veel mensen hebben mij al die jaren gevolgd, dat merk ik aan de reacties op mijn blog, soms op facebook, soms per mail, soms persoonlijk. Dat is geweldig. Misschien moet ik nog eens een aantal van mijn schrijverijen bundelen en uitgeven. Maar daar heb ik een redacteur voor nodig. Dus als iemand dat ziet zitten, ik houd me aanbevolen. Wat ik in elk geval kan zeggen is dat God er altijd bij was. Ik heb veel dingen geleerd en me verwonderd over Zijn trouw en goede zorgen voor mij en anderen om mij heen. Ik heb ook veel onbeantwoorde vragen, maar ik blijf geloven dat Hij de wereld in Zijn handen houdt en dat Hij goed is wat er ook gebeurt! En vooral: dat Hij récht zal doen op deze aarde, die nu nog in de schijnbaar overweldigende macht van het onrecht en het kwaad is. Dat zal ooit veranderen. God gaat de dingen rechtzetten. Het kwaad zal niet zegevieren. Niet voor altijd. Er kómt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid wonen zal!

Vandaag kan ik het niet laten om iets te schrijven over gebedsverhoring. Zomaar een van de kleine dingetjes uit het dagelijks leven. Maar wat is eigenlijk klein in het Koninkrijk van God. Het begon met een verhaaltje dat ik eerst even moet vertellen. We hadden vroeger een voorleesboek thuis van Anne de Vries. Daarin stond een verhaaltje over een klein meisje in Suriname, waar de blanke zendelingen het Evangelie verkondigden. Dat was in een tijd waarin er nog onbekommerd over deze activiteiten voor gekleurde mensen geschreven en gesproken werd. Dat kleine meisje, Pieng Pieng heette ze, wilde graag een papagaai, Ze vroeg God erom, want Hij zou haar zeker horen. ‘Zet u er maar een op het paadje, het liefst een jonge die ik praten kan leren.’ En… je raadt het al; zo gebeurde het…. Het verhaal is langer, maar ik moest eraan denken toen ik van de week op zoek was naar Muirat, de Turkse jongen die ik een beetje geholpen had en meteen ook weer kwijtgeraakt was. Hoe kun je iemand in een stad van 5 miljoen inwoners terugvinden. Niet natuurlijk, dus ik dacht aan Pieng Pieng. ‘Heer, als ik nog iets voor hem kan doen, zal ik ‘m toch terug moeten vinden. Zet hem maar op het bankje waar ik ‘m voor het eerst zag’. En… je raadt het al; zo gebeurde het…. Nu hij weer opgedoken is, weet ik wel niet zo goed wat ik met ‘m aan moet, maar daar komt dan hopelijk ook weer een oplossing voor. Ik vond het wel humor van boven!

En verder. Morgen gaat het centrum van het Leger des Heils eindelijk weer open! Het zal tijd worden. Alles is klaar, nu de mensen nog. Dat zal me een drukte worden. We zijn er best een beetje gespannen voor. Maar het is erg fijn om mensen weer te kunnen helpen. Ik laat jullie weten hoe het gaat.

En Ernest is nog steeds wanhopig op zoek naar een baan(tje). Al is het maar voor een maand. Hij moét zijn huishuur verdienen, anders staat hij weer op straat! Willen jullie voor hem bidden?

Goede week!